Stephen Hawking en filantroop Yuri Milner hebben vanavond een nieuw wetenschappelijk project aangekondigd: Breakthrough Starshot. Het doel: een ruimtevaartuig in twintig jaar tijd naar de meest nabije buurster sturen.

Een licht ruimtevaartuig reist op een nader te bepalen tijdstip naar het nabije Alpha Centauri-systeem op een afstand van 4,37 lichtjaar bij de aarde vandaan. Dat is – omgerekend – zo’n 40 biljoen kilometer. Hawking en Milner willen dat deze ruimtesonde deze afstand in twintig jaar overbrugt, wat neerkomt op een snelheid van eenvijfde lichtminuut per minuut.

Aangezien een lichtseconde ongeveer 300.000 kilometer is, moet het ruimtevaartuig dus 60.000 kilometer per seconde afleggen. Dat is vijf keer de doorsnede van de aarde.

Het ruimtevaartuig reist op hoge snelheid naar Alpha Centauri.

Het ruimtevaartuig reist op hoge snelheid naar Alpha Centauri.

Zeilen in de ruimte
Hoe gaat dit duo dit plan verwezenlijken? Het ruimtevaartuig van Milner en Hawking weegt niet meer dan een vel papier en gebruikt een zeil – niet groter dan een gemiddelde vlieger – om voort te bewegen. Dit zeil is slechts enkele honderden atomen dik. Een gigantische laserstraal van 100 miljard watt raakt het zeil van dit ruimtevaartuig, waardoor het vliegende zeilbootje flink wordt versneld. Deze straal wordt afgevuurd vanaf een hoge en droge locatie, bijvoorbeeld de Atacamawoestijn in Chili.

Binnen vijftien jaar
De verwachting is dat het ruimtevaartuig binnen vijftien jaar gelanceerd kan worden. Tenminste, als de ontwikkelingen op het gebied van nanotechnologie, lasers en microelektronica op het huidige tempo blijven doorgaan. Het feit dat een bekende wetenschapper als Stephen Hawking zijn naam verbindt aan het project is hoopgevend te noemen.

Foto’s van een andere wereld
De missie gaat zo’n 100 miljoen dollar kosten. De grote vraag is: wat levert het op? Natuurlijk is het een fantastische prestatie dat een ruimtevaartuig een ander zonnestelsel kan bereiken. Wellicht kunnen er zelfs foto’s gemaakt worden, maar dat gaat spannend worden. Kunnen de gegevens een afstand van vier lichtjaar overbruggen? Hawking en Milner laten het er niet bij zitten en zijn van plan om een ontvanger te bouwen die de gegevens kan ontvangen. We krijgen wellicht voor het eerst foto’s van een andere wereld te zien.

Yuri Gagarin
Het is bijzonder dat het project vandaag is aangekondigd. Het is namelijk 55 jaar geleden dat de Russische kosmonaut Yuri Gagarin voor het eerst een rondje om de aarde aflegde. Op Scientias.nl werd in 2011 het jubileum gevierd met een artikel over Gagarin.

Den Haag zoekt naarstig plek met meeste wind en minste tegenwind

Bart Zuidervaart − 24/04/14, 09:30
© Trouw.

Om aan de Europese norm voor duurzame energie te voldoen, zijn honderden windmolens nodig. Vandaag praat de Tweede Kamer over de beste locaties.

  •  
    De tegenwind vanuit de samenleving is enorm. Verpest uitzicht, waardevermindering van woningen en lawaai: er zijn legio bezwaren

Zet een windmolen neer en de buurman protesteert. Zet er twee neer en de hele wijk komt in opstand. Onder deze omstandigheden moet Nederland een even moeilijke als belangrijke klus klaren: afkicken van fossiele brandstoffen en overschakelen op duurzame energie. Het kabinet zet massaal in op windmolens, zowel op het vasteland als in de Noordzee. De Tweede Kamer praat daar vandaag uitvoerig over. Want de obstakels zijn talrijk.

De noodzaak
Als het kabinet zich nog niet bewust was van de ernst van de situatie, zorgde het Internationaal Energie Agentschap (IEA) daar deze week wel voor. De organisatie wijst erop dat de Nederlandse economie nog altijd drijft op fossiele brandstoffen, met name steenkool. Zorgwekkend, vindt het agentschap. Slechts 4,5 procent van alle energie wordt duurzaam opgewekt. Nederland scoort slecht in vergelijking met de 25 andere Westerse landen die bij het IEA zijn aangesloten.

Het vorig jaar gesloten Nationaal Energieakkoord moet daar verandering in brengen. Meer dan veertig belangenorganisaties hebben zich gecommitteerd aan afspraken die het aandeel duurzame energie in 2020 naar 14 procent moet tillen. Het kabinet repte in het regeerakkoord nog over 16 procent. Dat bleek te ambitieus. Die 14 procent, overigens de Europese ondergrens, wordt al een hele klus. Er zijn "forse inspanningen en investeringen nodig op alle vormen van duurzame energie", schrijven de VVD-ministers Kamp (economische zaken) en Schultz (infrastructuur) aan de Tweede Kamer. Dat betekent: grootschalig woningen isoleren, kolencentrales sluiten en bovenal vele honderden windmolens plaatsen.

Tegenwind op land
Wie twee weken geleden halverwege de middag over de Afsluitdijk reed, werd tot stilstand gedwongen door actiegroep Don Quichot. Het was een protest tegen de naderende bouw van windturbines in het IJsselmeer die genoeg stroom moeten opwekken voor alle Friese huishoudens. De demonstranten zeggen: 'Daar is totaal geen draagvlak voor'. En daarmee raken zij de kern van het probleem: de tegenwind vanuit de samenleving is enorm. Verpest uitzicht, waardevermindering van woningen, lawaai. Er zijn legio bezwaren.

Het kabinet houdt goede moed dat er grote windmolenparken op land zullen komen. Eind vorige maand zijn, na overleg met de provincies, elf geschikte gebieden aangewezen. Daar waait het bovengemiddeld hard en wonen relatief weinig mensen: de Eemshaven, bij het IJsselmeer, de Drentse Veenkoloniën, de Rotterdamse haven, op Goeree-Overflakkee. In de meeste van die gebieden zwelt het verzet aan. Ook een beperkt aantal omwonenden kan fors kabaal maken.

Het is nu aan de provincies om te zorgen voor voldoende duurzame energie. Als windmolen-locaties afvallen, zoals door groot maatschappelijk protest, zal de provincie zelf voor een alternatief moeten zorgen. En mocht dat niet gebeuren, dreigt het rijk de regie over te nemen. Nationaal belang gaat boven lokaal belang. Ook als boze burgers de Afsluitdijk elke dag blokkeren.

  • © ANP. Windmolenpark bij Eemshaven
  •  
    Voor het halen van de doelen uit het energieakkoord zijn de molens nabij de kust helemaal niet nodig

Nog meer tegenwind op zee
Bij helder weer zie je de witte wieken vanaf het strand van Egmond aan Zee. Het windpark telt 36 windturbines, de dichtstbijzijnde ligt 10 kilometer uit de kust. Bewoners zijn het inmiddels gewend. Maar wat als er straks honderden molens in zee aan de horizon opdoemen? Vinden kustbewoners dat ook acceptabel? En blijven de toeristen komen?

Het kabinet overweegt op vijf plekken in zee dichtbij de kust windparken te laten bouwen. Het zijn gebieden binnen de zogeheten 12-mijlszone (binnen 23 kilometer uit de kust). Niet alleen de belangen van bewoners en toeristen wegen mee. Scheepvaart speelt een rol, zandwinning, visserij, mijnbouw. Het is buitengewoon druk op de Noordzee. Een windmolenpark haalt de infrastructuur overhoop.

De reden dat het kabinet naar deze locaties kijkt, is geld. Windparken ver op zee (en uit het zicht van de strandganger) zijn duurder in aanleg en onderhoud. Het kan tot 280 miljoen euro schelen als op alle vijf plekken dichtbij de kust molens verschijnen in plaats van kilometers verderop. Een besluit hierover wordt pas eind mei verwacht.

Tijd en geld
Voorstanders van windenergie kijken met enige zorg naar de aandacht die de discussie over molens dichtbij de kust krijgt. Voor het halen van de doelen uit het energieakkoord zijn deze locaties namelijk niet nodig. Veel belangrijker is dat er haast wordt gemaakt met de windparken verder op zee. Daar is plek voor veel meer en veel grotere molens.

Drie nieuwe parken op zee zijn in aanbouw, voor tien andere heeft het rijk vergunningen verleend. Energiebedrijven wachten nog met het ontwikkelen van die gebieden. Ze willen onder andere helderheid over de manier waarop de turbines straks op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten. Bestaande parken hebben nu ieder een eigen, kostbare stroomvoorziening naar de kust. De bedrijven zien liever dat er een soort stopcontact op zee wordt geplaatst, met aansluitingen voor de windparken. Het regelt de omzetting van de opgewekte wisselstroom naar gelijkstroom, zonder dat er veel energie verloren gaat.

Netbeheerder Tennet is de aangewezen partij voor deze klus. Het heeft al reusachtige stopcontacten gebouwd voor Duitse windparken in zee. Voor het avontuur in de Nederlandse Noordzee is wel een forse investering nodig, die mogelijk in de miljarden euro's loopt. Tennet kijkt naar het rijk, de enig aandeelhouder van de netbeheerder. Maar naar verluidt heeft minister Jeroen Dijsselbloem van financiën aarzelingen om geld beschikbaar te stellen.

Tijdens het debat vandaag zal het kabinet worden gevraagd Tennet de opdracht te gunnen. Er is haast bij, beseffen Kamerleden. Het duurt jaren voordat een windpark operationeel is. En al over zes jaar moeten de turbines draaien. Al die honderden.

Megamolen staat met zijn rug in de wind

Vincent Dekker − 05/02/16, 10:43
© Sandia/Trevor Johnston/Popular Science. De Sumr-molen van Sandia waarvan de rotorbladen in een storm mee kunnen buigen met de wind.

weblog Wie denkt dat de nieuwste windmolens met hun bladen van 80 meter groot zijn, moet even bij het Amerikaanse Sandia National Laboratories langsgaan. Daar denken ze aan molens met bladen van 200 meter. Die leveren dan ook wel meteen 50 megawatt.

Windmolens worden al jaren groter en groter. Een molen van een paar jaar geleden had misschien rotorbladen van pakweg 50 meter. Ook al niet mis. En zo'n molen levert pakweg 2 megawatt aan vermogen. De nieuwste molens die op zee worden neergezet, gaan al naar de 80 meter per blad en weten daarmee 8 MW aan stroom op te wekken.

Iets groter, veel meer energie
Daaraan zie je al dat molens veel meer stroom leveren naarmate ze iets groter worden. In dit geval anderhalf keer zo groot, maar vier keer zoveel stroom. De grotere molen is ook qua kosten relatief voordeliger, zodat de stroom die wordt opgewekt per kilowattuur goedkoper wordt.

Je wilt dus graag op dat pad voortgaan, maar dan loop je tussen de 10 en 15 MW tegen immense problemen op. De bladen mogen niet zo ver doorbuigen dat ze bij harde wind tegen de mast slaan. Dus moeten ze naarmate ze groter worden steeds stijver worden. Dat maakt ze meteen ook zwaarder, en dat geeft weer problemen met de zwaartekracht en middelpuntvliedende krachten, en maakt ze duur. En bladen van 100 meter en meer worden behoorlijk onhandelbaar om te installeren.

Palmbomen
De onderzoekers van 'Sandia' hebben daar verrassende oplossingen voor bedacht. De molen, Segmented Ultralight Morphing Rotor oftewel SUMR gedoopt, staat om te beginnen met de 'rug in de wind'.  De bladen worden door de wind dus juist van de mast weg gedrukt. Maar beangrijker: de bladen bestaan uit flexibele segmenten. Bij al te sterke wind kunnen ze 'met de wind mee' worden gebogen. Tot ze goeddeels horizontaal staan en amper nog wind vangen. Naarmate de windkracht afneemt, buigen ze weer uiteen, gaan weer draaien en wekken steeds meer energie op. Het team heeft zich laten inspireren door de manier waarop palmbomen orkanen doorstaan.

50 megawatt
Sandia heeft onderzoek gedaan naar bladen van 100 meter waarmee een molen 13 MW aan vermogen zou krijgen. Maar echt indrukwekkend wordt het als de bladen 200 meter lang worden. Dan krijg je een 50 MW molen. Onvoorstelbaar volgens de gangbare molenbouw, maar volgens Sandia moet het technisch haalbaar zijn. En de installatie van zo'n enorme molen wordt relatief gemakkelijk doordat de bladen uit losse segmenten bestaan.

Niet voor onze kust
De molens zijn bedoeld voor plaatsing in zee. Bij ons voor de kust hoef je er niet mee aan te komen, dat lijkt wel duidelijk. Maar midden op de Noordzee, waar het gemiddeld ook nog eens harder waait... Voor het probleem van de dan peperdure lange stroomkabels zijn ook oplossingen bedacht. Daarover een volgende keer meer.

Serie Zee aan energie
Dit keer even geen aflevering in de serie Zee aan energie, maar een heel actuele ontwikkeling bij windmolens, al hebben die ook alles met energie uit zee te maken. Volgende keer weer  een voorbeeld van golfenergie, en wel uit eigen land.

Wilt u dagelijks energie halen uit wat u leest? Volg me dan ook op Twitter: @VincentDekker4.

  • © Sandia/Randy Montoya. Teamleider Todd Griffiths van Sandia met een doorsnede van een segment voor een rotorblad van 50 meter.

Weg met de PET-fles! Dit Nederlandse bedrijf maakt een duurzaam alternatief van suiker

Het Nederlandse bedrijf Avantium maakt duurzaam verpakkingsmateriaal. CEO Tom van Aken: "PEF is een biobased product dat beter is dan het aardolieproduct dat het vervangt." Biotechbedrijf Avantium produceert het bioplastic poly-ethylene-furanoate (PEF), dat het conventionele materiaal voor frisdrankflessen en verschillende andere verpakkingsmaterialen kan vervangen. In 2002 trad Tom van Aken aan als CEO van de spin-off van oliebedrijf Shell. Inmiddels werkt Avantium samen met bedrijven als Coca-Cola, Danone en verpakkingsproducent Alpla om de productie van PEF succesvol te maken. Recent sloot Avantium ook een deal met het Japanse conglomeraat Mitsui. Voedsel verpakken in suikers Avantium gebruikt voor de productie van het bioplastic landbouwgrondstoffen als mais, suikerbieten en suikerriet. "Dat is inderdaad een controversieel onderwerp, maar we zijn helemaal niet bang dat we op die manier een negatieve impact op de voedingsmarkt hebben", zegt Van Aken tegenover DuurzaamBedrijfsleven.nl. Volgens de CEO eet de wereld alleen al aan graan in gewicht tien keer meer dan dat er wereldwijd aan conventionele plastics wordt geproduceerd. “Voedselproductie en het maken van PEF gaan bovendien heel goed samen”, zegt Van Aken. “Wij gebruiken alleen de suikers. Voordat wij met de mais aan de slag gaan, zijn de oliën, vetten en eiwitten er al uit. Die komen nog gewoon in de voedingsindustrie terecht.” Op de middellange termijn wil Avantium ook landbouwresten, hout- en papierafval verwerken tot PEF. Verschillende andere biotechbedrijven hebben al enzymen in handen om deze restromen te verwerken tot de suikers die als grondstof dienen voor bioplastics. Opschalen met grote partners Op de kortere termijn zoekt het bedrijf een locatie voor zijn eerste bioplasticfabriek. Voor Avantiums eerste grote fabriek is het volgens Van Aken belangrijk om een goede aanvoer van landbouwgrondstoffen te hebben en speelt ook financiering van lokale overheden mee. “Begin 2016 verwachten we de knoop door te hakken.” De ondersteuning van multinationals als Coca-Cola en Danone is voor de ontwikkeling van Avantium van grote waarde. Volgens Van Aken zijn deze bedrijven echter niet uit op exclusief gebruik van de technologie. “Onze partners hebben het first mover advantage op het gebied van kennisontwikkeling en marketing, maar geen van allen wil PEF voor zichzelf houden”, zegt Van Aken. “We hebben schaalgrootte van de hele markt nodig om de productie en recyclingkosten omlaag te brengen. PEF moet een nieuwe standaard worden.” Meer bubbels, minder bederf Het bioplastic PEF is vrijwel gasdicht en daarmee bij uitstek geschikt om koolzuurhoudende frisdrank te verpakken. Van Aken: “PEF heeft een tien keer kleinere doorlaatbaarheid voor CO2 en O2 dan PET.” Het uit aardoliegemaakte PET is de belangrijkste grondstof voor frisdrankflessen maar volgens Van Aken verre van gasdicht. “Als je een fles cola zes maanden laat staan, is de prik eruit”, zegt Van Aken. “In warmere landen gaat dat nog veel sneller.” Dankzij PEF kunnen frisdrankbedrijven dunnere of kleinere flessen maken en is frisdrank ook in warmere landen ongekoeld op te slaan. De goede barrièrewerking voor gassen maakt PEF echter bruikbaar voor veel meer dan alleen frisdrank. Doordat er nauwelijks zuurstof bij verpakte voedingsmiddelen kan komen, krijgen bederf veroorzakende organismen niet de kans zich te ontwikkelen. “Men ziet PEF vooral als alternatief voor PET”, zegt Van Aken. “Dat is het ook, maar het is breder. We concurreren ook met aluminium, blik en glas.” Verpakkingsvrije supermarkten Terwijl Avantium werkt aan betere en duurzame verpakkingen, werken verschillende ondernemers aan retailconcepten die verpakkingen juist helemaal uitbannen. Van Aken begrijpt deze trend, maar ziet ook een keerzijde. “De functie van een verpakking is dat een product goed blijft tot het geconsumeerd wordt”, zegt Van Aken. “Zes lagen verpakking om een product is natuurlijk overdreven, maar de helft van het voedsel weggooien omdat het bederft is ook niet wenselijk.” Uiteindelijk gaat het om een goede balans, met welke verpakking minimaliseer je de totale impact van een voedingsproduct op het milieu? “Een maaltijdsalade blijft in PEF makkelijk dubbel zo lang goed als in een reguliere verpakking”, zegt Van Aken. “Dat is goed voor het milieu en voor de consument, maar zeker ook voor de supermarkt.” Lees ook op DuurzaamBedrijfsleven.nl CO2 uit Groningse gascentrale voer voor algenkweek Startup bouwt eerste woning uit gerecyclede bakstenen Hoe een Frans bedrijf PET-flessen eindeloos recyclet

Tom van Aken, topman van Avantium. Foto avantium.com

Het Nederlandse bedrijf Avantium maakt duurzaam verpakkingsmateriaal. CEO Tom van Aken: “PEF is een biobased product dat beter is dan het aardolieproduct dat het vervangt.”

Dat zegt Van Aken in gesprek met DuurzaamBedrijfsleven.nl.

Biotechbedrijf Avantium produceert het bioplastic poly-ethylene-furanoate (PEF), dat het conventionele materiaal voor frisdrankflessen en verschillende andere verpakkingsmaterialen kan vervangen.

In 2002 trad Tom van Aken aan als CEO van de spin-off van oliebedrijf Shell. Inmiddels werkt Avantium samen met bedrijven als Coca-Cola, Danone en verpakkingsproducent Alpla om de productie van PEF succesvol te maken.

Recent sloot Avantium ook een deal met het Japanse conglomeraat Mitsui.

Voedsel verpakken in suikers

Avantium gebruikt voor de productie van het bioplastic landbouwgrondstoffen als mais, suikerbieten en suikerriet. “Dat is inderdaad een controversieel onderwerp, maar we zijn helemaal niet bang dat we op die manier een negatieve impact op de voedingsmarkt hebben.”

Volgens de CEO eet de wereld alleen al aan graan in gewicht tien keer meer dan dat er wereldwijd aan conventionele plastics wordt geproduceerd.

“Voedselproductie en het maken van PEF gaan bovendien heel goed samen”, zegt Van Aken. “Wij gebruiken alleen de suikers. Voordat wij met de mais aan de slag gaan, zijn de oliën, vetten en eiwitten er al uit. Die komen nog gewoon in de voedingsindustrie terecht.”

Op de middellange termijn wil Avantium ook landbouwresten, hout- en papierafval verwerken tot PEF. Verschillende andere biotechbedrijven hebben al enzymen in handen om deze restromen te verwerken tot de suikers die als grondstof dienen voor bioplastics.

Opschalen met grote partners

Op de kortere termijn zoekt het bedrijf een locatie voor zijn eerste bioplasticfabriek. Voor Avantiums eerste grote fabriek is het volgens Van Aken belangrijk om een goede aanvoer van landbouwgrondstoffen te hebben en speelt ook financiering van lokale overheden mee. “Begin 2016 verwachten we de knoop door te hakken.”

De ondersteuning van multinationals als Coca-Cola en Danone is voor de ontwikkeling van Avantium van grote waarde. Volgens Van Aken zijn deze bedrijven echter niet uit op exclusief gebruik van de technologie.

“Onze partners hebben het first mover advantage op het gebied van kennisontwikkeling en marketing, maar geen van allen wil PEF voor zichzelf houden”, zegt Van Aken. “We hebben schaalgrootte van de hele markt nodig om de productie en recyclingkosten omlaag te brengen. PEF moet een nieuwe standaard worden.”

Meer bubbels, minder bederf

Het bioplastic PEF is vrijwel gasdicht en daarmee bij uitstek geschikt om koolzuurhoudende frisdrank te verpakken. Van Aken: “PEF heeft een tien keer kleinere doorlaatbaarheid voor CO2 en O2 dan PET.”

Het uit aardoliegemaakte PET is de belangrijkste grondstof voor frisdrankflessen maar volgens Van Aken verre van gasdicht. “Als je een fles cola zes maanden laat staan, is de prik eruit”, zegt Van Aken. “In warmere landen gaat dat nog veel sneller.” Dankzij PEF kunnen frisdrankbedrijven dunnere of kleinere flessen maken en is frisdrank ook in warmere landen ongekoeld op te slaan.

De goede barrièrewerking voor gassen maakt PEF echter bruikbaar voor veel meer dan alleen frisdrank. Doordat er nauwelijks zuurstof bij verpakte voedingsmiddelen kan komen, krijgen bederf veroorzakende organismen niet de kans zich te ontwikkelen.

“Men ziet PEF vooral als alternatief voor PET”, zegt Van Aken. “Dat is het ook, maar het is breder. We concurreren ook met aluminium, blik en glas.”

Verpakkingsvrije supermarkten

Terwijl Avantium werkt aan betere en duurzame verpakkingen, werken verschillende ondernemers aan retailconcepten die verpakkingen juist helemaal uitbannen. Van Aken begrijpt deze trend, maar ziet ook een keerzijde. “De functie van een verpakking is dat een product goed blijft tot het geconsumeerd wordt”, zegt Van Aken. “Zes lagen verpakking om een product is natuurlijk overdreven, maar de helft van het voedsel weggooien omdat het bederft is ook niet wenselijk.”

Uiteindelijk gaat het om een goede balans, met welke verpakking minimaliseer je de totale impact van een voedingsproduct op het milieu? “Een maaltijdsalade blijft in PEF makkelijk dubbel zo lang goed als in een reguliere verpakking”, zegt Van Aken. “Dat is goed voor het milieu en voor de consument, maar zeker ook voor de supermarkt.”

'De echte crisis moet nog komen'

Door: Joachim Springer− 05/09/13, 21:00
© Maartje Geels.Jan Rotmans

Hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans gaf onlangs een lezing bij TEDxMaastricht. Zijn boodschap: vergeet de economische crisis, het is slechts een symptoom van de ecologische crises die we tegemoet zien.

De echte crisis is een systeemcrisis, stelt Rotmans. "En ze zal nog lang duren, want ze is diep verankerd in alles wat we doen. We hebben een vervuilende en verwoestende economie opgebouwd. We gooien negentig procent van onze hulpmiddelen weg met als resultaat een enorm ecologisch tekort. En die is groter dan het economische tekort. We zullen de komende tientallen jaren worden geconfronteerd met ecologische crises, die zich gaan uitten in problemen met energie, het klimaat en onze hulpmiddelen."

Rotmans, die al meer dan 25 jaar onderzoek doet naar transities en duurzame ontwikkelig, gebruikt de metafoor van zijn laatste boek: 'In het oog van de orkaan'. De orkaan staat voor de periode waarin we leven. Eenchange of eras, noemt hij het. "Meer dan negentig procent van de mensen leeft in het oog van de orkaan. Daar is het windstil, de zon schijnt en je lijkt daar veilig. Maar als je uit het oog stapt, voel je de kracht van de orkaan."

Toch, zo stelt hij, zijn de ecologische crises een zegen. "Alleen een periode van crisis kan ons helpen radicaal te veranderen. Mensen hebben een natuurlijke angst voor persoonlijke verandering. Je weet wat je hebt en kwijt kunt raken, maar nooit wat je  krijgt. Maar: als je de wereld en zijn systemen wilt veranderen, moet je eerst jezelf veranderen. Een crisis helpt daarbij."

"De maatschappij bevindt zich op eentipping point, een periode van grote veranderingen. Een vergelijkbare periode was aan het eind van de 19e eeuw, toen we de basis hebben gelegd voor het moderne Europa. Nu zitten we opnieuw tussen twee werelden in en gaan we het fundament leggen voor een duurzamere maatschappij." Die verandering is al gaande, benadrukt Rotmans. "Er is eenbottom-upbeweging gaande van exploitatie naar coöperatie, van individueel denken naar gemeenschapsdenken, van lenen van de wereld naar terugbetalen aan de wereld."

Hij noemt het zelf 'maatschappij 3.0', de doe-het-zelf-maatschappij. Voorbeelden zijn decity farmsin Rotterdam, waar de werelden van stad en platteland worden gecombineerd. Of drijvende huizen, die leven in harmonie met het water mogelijk maken. Of gebruik maken van het oppervlakteoverschot van gebouwen door aanpasbare gevels. "Er zijn al honderdduizenden mensen bezig met duurzaamheid. Het vereist enkel een mentale verandering om mee te doen. Zoals Cruijff ooit zei: Je gaat het pas zien als je het doorhebt."

Stroom uit een luchtzak onder de golven

Vincent Dekker− 29/01/16, 10:30
© Bombora Wave Power.Tekening met opengewerkte punt van de 'boomerang' waar stroom wordt opgewekt.

WEBLOGGolven inspireren veel bedrijven om er stroom mee op te wekken. Na de 'ballonnen' van vorige week nu een luchtzak op een betonnen plaat die heel goedkoop energie uit golfslag moet kunnen halen.

  • © Bombora Wave Power.
    De 'boomerang' van Bombora met rechts, boven het membraan, een duiker getekend om de grootte aan te geven.

Het systeem is zo mogelijk nog eenvoudiger dan deWavepoddie Carnegie Wave Energy uit Australië heeft bedacht.Bombora Wave Power, net als Carnegie in Perth gevestigd en dus uitkijkend op de hoge golven van de Indische Oceaan, heeft een Wave Energy Collector (WEC) ontwikkeld.

Boomerang
De WEC bestaat uit twee langwerpige betonnen platen die haaks op elkaar staan en samen een soort grote boomerang vormen, om het maar in Australische stijl te houden. De boomerang wijst met de punt naar zee, waar de golven vandaan komen. Op de platen is een 'luchtzak' bevestigd. Dat is een membraan dat een hele serie kleine luchtkamers afsluit.

Op het moment dat een golf over de WEC spoelt, wordt het membraan ingedrukt. De golftop perst met zijn gewicht het water uit de luchtkamers eronder en doet dat successievelijk van voren naar achteren. Omdat de luchtkamers na elkaar worden leeggeperst, onstaat een vrij constante luchtstroom. Die luchtstroom laat een turbine draaien die stroom opwekt.
Het dal van de golf zorgt er vervolgens voor dat er juist lucht de luchtkamers in wordt gezogen. Omdat beide luchtstromen via aparte buizen worden geleid, kan ook de luchtstroom van het dal van de golf een turbine aandrijven.

Geen horizonvervuiling
Er ligt bij Perth inmiddels een eerste testmodel in het water. Eén WEC, met twee platen van elk tientallen meters lang, moet ongeveer 1,5 MW aan stroom kunnen opwekken. Je hebt er dus 4 tot 6 nodig om een grote windmolen op zee te vervangen. Ze liggen onder water, dus protest van horizonvervuiling hoef je niet te vrezen.

Bombora claimt een lage stroomprijs, maar details kon ik niet vinden. Ze denken dat in Europa met name de Ierse Atlantische kust heel geschikt is, maar ook voor de kusten van Schotland en Portugal zouden WEC's veel energie kunnen opwekken.

Warmtepomp van ECN wordt de nieuwe gevelkachel

Vincent Dekker − 05/11/15, 10:30
© ECN, IDEA. Zo moet de ECN-warmtepomp er over twee jaar uitzien als hij in de bouwmarkt of bij een installatiebedrijf te koop is.

Warmtepompen hebben de toekomst, dat lijkt wel zeker. Maar wanneer breekt die toekomst aan? ECN in Petten heeft er een bedacht die ik vandaag al in huis zou willen hebben, en over twee jaar aan mijn muur moet kunnen hangen.

Woningverwarming is in Nederland goed voor 10 procent van alle CO2-uitstoot. Dat komt doordat we onze huizen verwarmen met gas, gas uit Groningen en/of Rusland. In beide gevallen willen we daar graag vanaf. ECN lijkt ons daarbij te gaan helpen.

Compact
In mijn vorige blog schreef ik al dat het energie-onderzoekcentrum in Petten ECN een warmtepomp heeft bedacht die niet langer 'groot, moeilijk en duur' is. Het prototype is al flink kleiner dan de gangbare warmtepompen en nu wordt het zaak het ding nog compacter te maken en in duizend- of miljoenenvoud te gaan produceren.

Idea, een begeleider van start-ups gevestigd in de technische hogeschool InHolland in Alkmaar, heeft al een bedrijf gevonden die de warmtepomp kan maken; ook is er een ondernemer gestrikt die ze aan de man wil brengen. Studenten van InHolland doen ondertussen mee aan onderzoek om de pomp verder te perfectioneren.

Warm geluid
"Het bijzondere van de warmtepomp van ECN is dat die met geluid werkt", legt Fred Gardner van Idea uit. "Geluid is eigenlijk een drukgolf in de lucht, met afwisselend hoge en lage druk. Als je lucht onder druk zet, wordt zij warmer. Denk maar aan je fietsventiel als je een band oppompt. Dat ventiel wordt heet. En omgekeerd: als de druk afneemt, koelt de lucht af."

De warmtepomp van ECN is vooral een luchtdichte buis met speakers erin. Gardner: "Omdat de buis helemaal dicht is, is de warmtepomp in feite fluisterstil. Als de lucht onder druk komt, geeft zij haar warmte af, bijvoorbeeld aan een kamer; als de druk daalt en de lucht afkoelt, onttrekt zij warmte aan de buitenlucht." In de zomer kan het omgekeerde overigens net zo makkelijk: de lucht in de kamer wordt dan gekoeld.

Gevelkachel
De eenvoud komt ook terug bij de installatie. "Het is net als bij de vroegere gevelkachels", legt Gardner uit. "Je hangt de warmtepomp, een apparaat van zo'n 40 bij 50 centimeter en 10 cetimeter dik, aan de muur en via een buis in de gevel wordt buitenlucht aangezogen. Die wordt opgewarmd en de kamer in geblazen. Dat zorgt ook voor ventilatie, zodat huizen kierdicht kunnen worden gemaakt zonder dat je een kostbaar ventilatiesysteeem op zolder nodig hebt."

De warmtepomp heeft stroom nodig voor pomp en speakers. Met 1 kWh stroom wordt ongeveer 4 kWh aan warmte gemaakt. Anders gezegd: 2 kWh stroom vervangt ongeveer 1 kubieke meter gas. Bij de huidige prijzen betekent dit dat je met 44 cent aan stroom net zoveel warmte opwekt als met 67 cent aan gas.

Je verwarmingskosten dalen zo dus met een derde. Maar dat kan nog veel meer zijn als je de stroom opwekt met eigen zonnepanelen. Want dan kost die stroom je veel minder en dalen je verwarmingskosten veel meer.

Duizend euro
Door zijn eenvoud hoeft de ECN-warmtepomp straks niet veel te kosten. "Zij moet voor duizend euro te maken zijn, geïnstalleerd en al", meent Gardner stellig. Daarmee is zij betaalbaar voor zo goed als iedereen en verdient de pomp zich ook snel terug.

De pomp kan hét middel worden om snel de CO2-uitstoot te verminderen. "Dat is ook een taak die de Nederlandse overheid zich heeft gesteld. Ik zou me kunnen voorstellen dat die overheid warmtepompen straks sterk gaat promoten." Nu al schrijft minister Kamp van economische zaken dat hij warmtepompen als een van de mogelijkheden ziet waarmee Nederland zijn klimaatdoelen zou kunnen halen.

Twitter
Wilt u meer verwarmend nieuws over hoe het broeikaseffect tegen te gaan? Volg me dan ook op Twitter: @VincentDekker4.

  • © ECN, IDEA. Een proefmodel heeft de werking van een kleine 'geluidswarmtepomp' aangetoond. Nu is het zaak de pomp verder te verkleinen.

Groene broedplaatsen

Idea staat voor Incubator Duurzame Energie Alkmaar, een bedrijf dat goede ideeën op energiegebied tot concrete producten wil laten uitgroeien. Het zoekt er fabrikanten bij die de apparaten kunnen maken en ondernemers die ze aan u en mij weten te verkopen. Idea is gevestigd in de hogeschool InHolland, de vroegere technische Hogeschool Alkmaar en dus een uitstekende broedplaats voor zulke ontwikkelingen. Een van de bedrijven die Idea heeft helpen verwezenlijke in Tocardo, dat waterturbines maakt waarmee stroom in onder meer de Westerschelde wordt opgewekt.

ECN is een energie-onderzoekscentrum in Petten. Het werkt op tal van fronten aan duurzame energie. Vorig week kwam het nog met nieuws over zeewier, waar veel energie uit te halen valt. Eerder kon ik onder meer al melden dat het ook betrokken is bij het verbeteren van zonnepanelen

Stroom opslaan in een ondergronds stuwmeer

Vincent Dekker − 12/06/12, 10:30
© Gravity Power. De ondergrondse waterkrachtcentrale heeft bovengronds maar een klein gebouw nodig.

weblog De variabele stroomproductie van zonnepanelen en windmolens is misschien wel de grootste hinderpaal voor een snelle grootschalige toepassing van die groene energie. Opslag in een ondergronds 'stuwmeer' kan mogelijk soelaas bieden.

Er gebeurt zo veel rond zonne-energie dat sommige onderwerpen helaas weken of langer op de plank blijven liggen voor ik ze hier in het zonnetje kan zetten. Dit is er een voorbeeld van.

Al een tijdje geleden wees een lezer, die ik bij dezen promoveer tot de orde van de goudgerande tipgevers, me in een reactie op mijn weblog op Gravity Power, vrij vertaald: zwaartekracht-stroom. Ik ben niet technisch genoeg om het systeem goed te kunnen beoordelen, maar het ziet er wat mij betreft intrigerend uit. Ik zal proberen het zo eenvoudig mogelijk te omschrijven. Dat moet niet moeilijk zijn, want het geheel oogt verbluffend eenvoudig.

  • © Gravity Power.
    Stroom wordt opgeslagen door een groot gewicht omhoog te persen. Als het gewicht zakt, wordt stroom opgewekt.

Een zogeheten Gravity Power Module (GPM) bestaat in grote lijnen uit drie onderdelen: een dikke buis van een paar meter doorsnee die verticaal de grond ingaat tot een diepte van 500 meter of meer, een daarmee verbonden retourbuis van een kleinere doorsnee ernaast, en een pompstation. In de dikke buis zit een groot gewicht en de rest van de dikke en dunne buis is gevuld met water. De pomp perst via de dunne buis water onder het gewicht, dat daardoor in de dikke buis omhoog wordt geduwd. Zodra er stroom nodig is, wordt de pomp stilgezet, waardoor het gewicht het water onder zich door de dunne buis weer omhoog duwt en via de pomp terug laat stromen in de dikke buis, maar nu boven het gewicht. Net als bij een echt stuwmeer wordt de pomp nu een generator waarmee stroom wordt opgewekt.

Het principe is van een prachtige eenvoud. En toepasbaar in elke bodem waar je met niet al te veel moeite diepe schachten kunt boren. Zoals de Nederlandse bodem, lijkt mij. Het enige dat mij als leek tegenvalt, is dat het een rendement van 75 tot 80 procent claimt. Je raakt met andere woorden toch nog bijna een kwart van je zonne- of windstroom kwijt bij deze wijze van opslag. De mensen achter Gravity Power spreken zelf daarbij overigens van 'High efficiency'.

Gravity Power zegt dat een systeem met een buis van 6 meter doorsnee en 500 meter diep met een gewicht daarin van 8.000 ton, 25 MegaWatt aan stroom moet kunnen leveren en 8,5 MWh aan stroom moet kunnen opslaan. Twee van die GPM's samen zouden 25 miljoen dollar, 20 miljoen euro, moeten kosten en zich in 5 tot 10 jaar terugbetalen. Een iets groter model, met een buis van 10 meter doorsnee en 1000 tot 2000 meter diep, kan 4 uur lang 150 MW leveren. Op een stuk grond van 100 bij 100 meter kun je acht van die 150MW-modules bij elkaar zetten, en die leveren dan 1200 MW, de capaciteit van een flinke kerncentrale.

Voor Tweets over energiezaken kunt u mij volgen via @VincentDekker4

Er is nog een zee aan energie te winnen

Vincent Dekker − 15/01/16, 10:30
© Tocardo. Een getijdencentrale van Bluewater en Tocardo zoals die nu bij Texel wordt beproefd.

weblog Water bevat ongekende hoeveelheden energie: als het bij eb en vloed heen en weer trekt, als het als golf op en neer gaat, als het als rivier de weg omlaag zoekt. Alom, en in Nederland niet in de laatste plaats, wordt getracht die energie te oogsten. Het nieuwe jaar wil ik met een serie over deze zee aan blauwe energie beginnen.

Vul een emmer met tien liter water en til die een metertje op. Kost behoorlijk wat kracht. Kracht, energie, die vrijkomt als je de emmer loslaat... Doe je het laatste gecontroleerd, bijvoorbeeld door de emmer aan een ketting te bevestigen die een dynamo laat draaien, dan kun je die valenergie omzetten in stroom en daarmee bijvoorbeeld een lamp laten branden.
Dit heb ik niet verzonnen, helaas, maar Gravitylight. Dat is bezig lampen te maken voor stroomloze derdewereld-bewoners. Een ledlamp geeft een half uur licht als je tien kilo een meter of twee van de grond tilt. Een paar keer hijsen en je kunt een avondlang schoolboeken lezen.

Langs het strand
Het geeft in het kort aan welke onnoemelijke hoeveelheden energie er 'verstopt' zitten in bijvoorbeeld de Rijn, die op een doordeweekse dag 2,2 miljoen liter per seconde ons land binnenbrengt, en bij echt hoog water 16 miljoen liter. Of loop op een winderige dag langs het strand en zie hoeveel duizenden of miljoenen liters water er elke paar seconden een half metertje omlaag krullen.

De mens benut rivierwater al eeuwen als energiebron, maar dan heel kleinschalig, via een waterrad, en sinds ongeveer een eeuw grootschalig met behulp van stuwdammen. Maar tussen die stuwdam in Zwitserland en de Noordzee bij Hoek van Holland valt er nog veel meer energie uit hetzelfde Rijnwater te halen. Bij getijdestromen en golfslag moeten we de sleutel tot de energiekluis zelfs nog vrijwel helemaal ontwikkelen.

Getijdencentrales
'Dankzij' de opwarming van de aarde storten zich nu overal onderzoekers en bedrijven op die lokende markt van blauw-groene energie. In Nederland hebben we daar recent al een paar fraaie voorbeelden van gezien. Zoals de getijdencentrale in Zeeland van Tocardo en de variant van hetzelfde bedrijf bij Texel. Minstens zo intrigerend is de Blauwe Energiecentrale in de Afsluitdijk, waar het verschil tussen zoet IJsselmeerwater en zout wadwater stroom oplevert.

De komende weken kijk ik een korte serie naar tal van creatieve constructies waarmee de wereld een zee aan blauwe energie kan gaan oogsten. 

 
 

Productie van Nederlandse industrie groeit gestaag

 
08-01-16   07:19 uur  - Bron: ANP
 
 
Vooral de farmaceutische en chemische industrie produceerden aanzienlijk meer. © anp
 

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in november 2,3 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag. Vooral de farmaceutische en chemische industrie produceerden aanzienlijk meer.

De productie van de farmaceutische industrie was bijna 10 procent hoger dan een jaar terug. De chemische industrie produceerde 7,5 procent meer. Ook de productie van metaal-, rubber- en kunststofproducten, elektrische apparaten, voedings- en transportmiddelen lag hoger dan een jaar eerder.

Daarentegen produceerde de machine-industrie weer minder dan een jaar eerder. Dat hangt samen met een terugval van de uitstaande orders, aldus het statistiekbureau. Het CBS maakte overigens een aantal weken geleden bekend dat het vertrouwen van industriële ondernemers in december is afgenomen. Ze waren toen vooral minder positief over de toekomstige productie.

 

De opstapeling van vet is een veel voorkomend probleem en tegenwoordig lijden er veel mensen aan dit probleem. Je zou veel suggesties kunnen hebben gekregen over hoe het verminderen van vet in minimale dagen en moeiteloze manieren zoals lichaamsbeweging, evenwicht dieet en trainingen.Wat als wij u een geweldige drankje aanbieden dat uw vet zal verminderen in slechts 4 dagen? Verrast! Nou, maar het is waar. Hier is het recept van het drankje dat vet vermindert in een korte tijd.

Ingrediënten:

  • 8 Glazen Water
  • Gember – 1 theelepel (geraspt)
  • Komkommer- 1 (middelgrote)
  • Citroen- 1 (middelgrote)
  • 12 Munt blaadjes

Dingen die je moet doen

  1. Snijd 1 gemiddelde grootte komkommer in plakjes.
  2. Snijd de hele citroen in plakjes.
  3. rasp ongeveer 1 tl gember.
  4. Neem een kan waar ongeveer 8 glazen water in kan.
  5. Voeg alle bewerkte ingrediënten toe in de kan met water, de komkommer, citroen, gember, en de muntblaadjes.
  6. Laat het s’nachts in de koelkast staan zodat de aroma’s vrij kunnen komen.
  7. Neem s’ochtends wanneer u dorst heeft uw sapje uit de koelkast.
  8. Volg deze oplossing ten minste in 4 opeenvolgende dagen om vet te verminderen.

Zo, dat is het, het makkelijk te maken drankje zal wonderen voor u doen. Samen met het inname van dit sapje, moet u een matige maaltijd houden verdeeld in 5 delen van de dag. U moet ook regelmatige lichaamsbeweging uitvoeren om de verdere accumulatie van ongewenst vet te voorkomen.

Dit drankje bevordert de inname van water omdat de basis inhoud van dit drankje water is. Inname van veel water zal veel onzuiverheden uit uw lichaam nemen, en het zal u helpen om gezond te blijven. Dus, geniet van uw drankje en ophopingen van vet te voorkomen op u lichaam.